Ik ben dus bekeerd. Toch is dit de opmaat naar een buitengewoon kritische en zorgelijke ‘maar’. Van afstand zag ik landelijk de schermutselingen rond de klimaatwet en de klimaattafels. Hoog boven langs werden en worden alle politieke en maatschappelijke belangen in een wankel evenwicht gebracht. Ik heb er vanuit het verleden veel ervaring mee en “weet hoe het werkt”.

Maar nu zie ik in de praktijk hoe die ingewikkelde kluwen belangen worden door vertaald naar de regio en naar de praktijk. Het land is in dertig RES’en verdeeld, de zogenaamde Regionale Energiestrategie. Noord-Holland Noord is zo’n RES. Daar worden door provincie en gemeentes weer nieuwe dialoog- en beleidstafels ingericht, daar wordt op basis van een theoretische ambitie vanuit 2050 terug geredeneerd wat er vandaag en morgen moet worden gerealiseerd en daar wordt nieuwe wet- en regelgeving op voorbereid. Een hele batterij beleidsambtenaren, consultants en adviseurs zijn daar vreselijk druk mee. Ze hebben de mond vol over dialoog, transparantie, betrokkenheid van het bedrijfsleven en van burgers. U kent wel, dat jargon…

En dan slaat je de schrik om het hart. Er wordt op geen enkele wijze rekening gehouden met de initiatieven die op dit moment al worden genomen, de stappen die er nu al worden gezet, de onderzoeken die op dit moment lopen. Bedrijven staan aan de vooravond van grootschalige beslissingen, bijvoorbeeld in de aanschaf van zonnepanelen. Daar zijn grote bedragen mee gemoeid, die je niet iedere maand voor je rekening neemt. Dan gaat het om lange termijn investeringen.

Eigenlijk wordt in de RES-aanpak simpelweg gesteld, dat dit allemaal al zou moeten zijn gerealiseerd en we nu over gaan naar de volgende fase. Maar zo zit de weerbarstige werkelijkheid niet in elkaar. Uiteindelijk zijn het de burgers, de bedrijven, de woningbouwcorporaties die de investeringen zullen moeten doen. Zij doen dit op basis van zorgvuldige en gezonde afwegingen. Hun huishoudportemonnee, het voortbestaan van hun onderneming, die niet alleen afhankelijk is van de energiehuishouding. Zij zijn bereid om ver te gaan, omdat ook zij zich realiseren dat we niet op dezelfde wijze door kunnen gaan. Maar zij moeten wel het gevoel hebben te worden gesteund door degenen die nu de energietransitie in de steigers zetten. Ze moeten kunnen rekenen op een betrouwbare overheid, die ambities formuleert, kaders aangeeft, maar er ook rekening mee houdt dat papier geduldig is, maar de werkelijkheid tijd nodig heeft.

Daarom adviseer ik al die adviseurs: kies je vertrekpunt bij wat er nu al gebeurt, versnel dat wat te langzaam gaat, bouw uit wat nog te kleinschalig is, faciliteer dat wat nu nog moeizaam verloopt en breng op gang dat wat nu nog achterblijft. Maar pas op voor belijdenissen. Ik ben al bekeerd!’

Hans Huibers is voorzitter van de Westfriese Bedrijven Groep, een van de ondernemersverenigingen die aan de wieg stond van EPNH.